SAMEN MET HET ACTIEF JAARPLAN NAAR SUCCES!
VOORDELEN VAN HET WERKEN MET HET ACTIEF JAARPLAN:
- analyse van je lichaamssamenstelling
- analyse van je huidig conditieniveau
- maandelijkse resultaatopvolging
- maandelijkse sturing van je trainingsprogramma
- meer succes in het bereiken van je doelen
JOUW LICHAAMSSAMENSTELLING
Om te weten of je een gezond gewicht hebt, moet je meer factoren bij het meten betrekken dan enkel de kilo’s op de weegschaal.
Het gewicht in kilogrammen zegt niets over de samenstelling van je lichaam. Juist die samenstelling is van belang om te weten of je gezondheidsrisico's loopt door overgewicht. Als je een goed afgetrainde krachtsporter op een weegschaal zet, kan deze in kilo's net zoveel wegen als iemand met een fors overgewicht. Het grote verschil? Bij de krachtsporter bestaat een groot deel van die kilo's uit vetvrije spiermassa en niet uit overtollig lichaamsvet. Spierweefsel heeft 20% minder volume dan een kilo vetweefsel. Dat maakt het geheel een stuk gezonder.
Met het ACTIEF JAARPLAN maken we, naast het lichaamsgewicht, ook gebruik van volgende parameters:
BMI
De Body Mass Index (BMI) (andere bekende naam hiervoor is de Quetelet-Index (QI)) geeft de verhouding tussen je lichaamslengte en je gewicht aan. Logisch, want naarmate je langer bent ben je ook zwaarder. Omdat lengte en gewicht twee maten zijn die gemakkelijk te bepalen zijn is de BMI een veel gebruikte maat om een indruk te krijgen van de mate van onder-, normaal- of overgewicht.
Berekening
Je kunt je BMI dus als volgt berekenen:
BMI = lichaamsgewicht (in kg)
lichaamslengte x lichaamslengte (in meters)
Stel: je bent 1.65 meter lang en je weegt 57 kilogram.
Je BMI is dan: 57 gedeeld door 1.65 maal 1.65 = 20.94 (afgerond 21).
Een BMI van 21 betekent een gezond gewicht
VETPERCENTAGE
Het vetpercentage wordt via de BIA-methode (Bio-elektrische Impedantie Analyse, een alternatief voor de huidplooimeting) gemeten. Het apparaat, waar je op kunt staan of dat je in je handen houdt, meet de elektrische weerstand (impedantie) van je lichaam. Het rekent vervolgens uit hoeveel lichaamsvet je lichaam bevat. Vet geeft namelijk meer weerstand dan spiermassa, dus hoe meer weerstand wordt ondervonden, hoe hoger het vetpercentage. Met de bepaling van het lichaamsvetpercentage weet je ook welk deel van je lichaam uit lichaamsvet en welk deel uit vetvrije spiermassa bestaat. Door regelmatig je vetpercentage te meten kun je jouw vooruitgang (meer spiermassa en minder vetmassa) volgen.
